Donderdagavond. Onder de zachte tonen van Frank Ocean’s pink matter wiegde ik me, ergens tussen Dublin en Brussel, in een diepe slaap. Toen werd ik omsingeld met een culinair weinig verantwoorde kaasgeur – mijn cosmetisch weinig verantwoord gekleurde buurvrouw had deze besteld in de vorm van een van de ‘croque monsieur’. Na deze aanslag op mijn slaap zocht mijn geest ander vertier (een goede geest is steeds actie). Uiteindelijk zou mijn onrustige geest landen bij het schrijven van deze tekst, maar eerst viel mijn oog op een ijverig handouts lezende mini-manager aan de ander kant van de gang.

The lean implementation score.

Nutteloze waarschuwing

Ik houd wel van management, als concept. Iemand die de synergie creëert tussen een groep mensen en zijn menselijk kapitaal zo naar ongezien rendement stuwt in – laten we daar eerlijk in zijn – situaties die niet altijd evident zijn.

Het grappigst zijn mensen die managers moeten/willen worden. Met alle respect voor zij die het zijn. De nodige visie, empathie, analytische en empathische vaardigheden werden in veel te kleine oplage geleverd.  In ruil voor de logica en de handelswijzes die mensen capabel maken tot ‘managen’ krijgen deze heren/dames kapstokken. Hier bungelen ze straks weer aan, dankzij onbeheersbare situaties, grillige medewerkers en onrealistische directieverwachtingen.
Daar kunnen zij niets aan doen. Neen. Alleen managers met minder entertainmentwaarde kunnen vanuit die positie een spel met invloed aangaan. Het grappig type manager wordt de kop ingedrukt om de situatie de kop in te drukken, vanuit spreadsheets met abstracte cijfers die alles en niets zeggen. Dat laatste type is best leuk om te zien werken, dat eerste type is leuk om mee te werken.

 De babysitmethode

Hoe kom ik op deze denkpiste? ‘Lean’. Het ‘lean’ model in dit geval, een model dat via de ‘lean’ toolkit wordt geïmplementeerd voor de bedrijven die ‘leane’ problemen hebben zoals ‘zij’ en ‘wij’ – ‘zij‘ zijn dan steevast een bedrijf dat succesvol een storm doorkwam. Zoals JIJ dat ook kan.
Dat, aangevuld met enkele mooie tekeningetjes, was de lectuur van mijn buurman. Geïllustreerd met een ‘lean organogram’ en een ‘lean’ 6 stappenplan voor de ‘leane’ organisatiecultuur. Die gaan we nu zeker rondkrijgen.
Mijn buurman gaat er plichtsbewust nog eens doorheen, terwijl ik hem reeds zie bungelen aan ‘lean’, bij de volgende storm. Mama, papa help! Maar mama en papa zijn hun balansen aan het invullen kindje, denk aan wat lean heeft gezegd! Denk aan het 6 stappen plan! Jij bent de manager die het doet, we gaven je alle handouts (die je nodig hebt voor succes)!

De kanttekening

Ik heb niets tegen methodologieën en theorethische modellen, we kunnen niet allen het warm water opnieuw uitvinden. Ik heb weinig tegen de ‘lean methode’, al moet je er wat aan sleutelen wanneer je bvb een innovatief bedrijf wilt leiden. Ik heb niets tegen de persoon naast me, of het feit dat hij de ultralullige handouts moet doornemen. Ik heb zelfs een stiekeme appreciatie voor de waterdichte retard-klare stappen- en fase-plannen, slechts een licht dubbel gevoel krijg ik nog van deze  geniale kunstwerken met een goede afzetmarkt (Ik ben mijn onschuld reeds verloren). Met dergelijke producten sla je je prooi suf  én geef je het stervende dier tegelijkertijd een gevoel van ‘toekomst’. Euthanasie is er niets bij, je maakt je salesteam / manager zeer gelukkig mee (zo schijnt).

Op zoek naar een antwoord

Wat ik mij steeds afvraag: wie steekt zo’n dingen in gang? Van waar komt de onzekerheid die bedrijven, zonder zichtbare kritische reflex, laat teruggrijpen tot deze opleidingen? Wie zijn bullshitdetector is niet afgegaan?  Hoe ver valt het vertrouwen in je mensen terug voor je hen voert met zo’n generieke / oppervlakkige standaardantwoorden, met de oprechte hoop dat dit ze meer capabel maakt/een oplossing biedt? Je kan ze evengoed een cursus ‘management 4 dummies’ geven – met een post-it erop, één die meldt hoe sterk je hen waardeert.
Niet dat ik iets tegen methodiek heb, of theorethische stelsels. Je mag enkel niet vergeten na te denken erbij. Met deze paplepel-methode beledig je je eigen intelligentie én deze van de mensen die voor je werken, zeker zij die intelligent zijn (zij die je best houdt voor je nog meer dummyproof opleidingen moet gaan bestellen, omdat niemand nog snapt wat je doet).
Dat zijn dingen die me bezig houden, omdat het in theorie niet zou mogen. In de praktijk is het echter zo makkelijk om in mantra’s te geloven, in plaats van in mensen. Waar stappenplannen en cijfers mensen en groei vervangen, daar ontstaan stomme regels en sterven gezonde ondernemers. Zo een dingen maken me ietwat weerspannig, waardoor ik ze neerschrijf.
Misschien sterkt het je dat andere mensen ook door hebben dat het fout gaat, misschien denk je dat ik het mis heb. Ik heb alvast mijn ei gelegd. Reageer gerust in de comment-sectie.

Related Posts

1 Comment

  1. […] worden. Het gaat echter nergens naartoe én dat wreekt zich op vlak van teamsfeer. Hier is goed management natuurlijk cruciaal. Zowel het ‘hoe’ als het ‘wat’ moeten kloppen – […]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *